PMT staat voor Psychomotorische Therapie

Psychomotorische therapie is een ervaringsgerichte behandelvorm die gebruik maakt van bewegen, bewegingsactiviteiten en lichaamsgerichte activiteiten. Dat betekent dan ook dat de werkplek van een PMT-er vaak een sport- of gymzaal is. Het bewegen is geen doel op zich, maar wordt gebruikt als middel om met de jongere in gesprek te komen. Binnen de PMT staat het behandelen van jongeren met psychische en/of psychosociale problemen centraal. Het doel van PMT is het komen tot een gedragsverandering of daaraan een bijdrage te leveren en daarmee de geconstateerde problematiek weg te nemen of te verminderen.
Dit zodat de jongere zo goed mogelijk in staat is om op zijn of haar manier deel te zijn van zijn directe omgeving en de maatschappij.

Dit is een van de voorbeelden waarop ik met de kinderen, jongeren en adolescenten werk, die dreigen vast te lopen in hun ontwikkeling en dagelijks functioneren. De behandeling kan individueel plaatsvinden of in groepen van maximaal 5. Dit om ook in groepjes voldoende individuele aandacht te hebben voor iedere deelnemer.
Het systeem, ouders/verzorgers en/of andere betrokkenen worden intensief betrokken bij de behandeling. Naast het bijwonen van intake, evaluatie en eindgesprekken kan het zijn dat het gezin of delen daarvan deelnemen aan de therapie. Dit gebeurt altijd in overleg met de cliënt en betrokkenen.

Casus

“Wanneer T, (15 jaar) zich onrechtvaardig behandeld voelt reageert hij opvliegend en soms ook erg agressief. Hij is al in de problemen gekomen door opstootjes op school en bij de voetbalvereniging. In beide contexten dreigt hij dan ook uit te gaan vallen. T. geeft aan weinig controle te hebben over zijn boosheid en impulsief te reageren. Hij weet ook niet zo goed wanneer hij precies boos of agressief wordt. T. is geen prater en vindt het moeilijk zijn gevoelens te benoemen.

Binnen een impulscontrole training door middel van verschillende boks-, stoei- en spelvormen leert T. bewust te worden van zijn lichaamssignalen en spanning die ook bij boosheid opspelen. Daarnaast oefent hij met het zelf terug kunnen brengen van zijn spanning door middel van afleidingsstrategieën, ontspanningsoefeningen en het kunnen nemen van een time out. Wanneer T. zijn gedrag, en de (negatieve) effecten hiervan inziet, en duidelijk geoefend heeft met ander gedrag, is de kans groot dat hij vaker uit de problemen blijft.
In verschillende situaties kan hij deze geleerde vaardigheden toepassen, blijft hij rustiger en reageert op een kalme manier. Ook op school en bij de voetbalvereniging kan hij weer op een goede manier meedoen.”